Afgelopen maandag naar een buurtbijeenkomst over de diamantslijperij op de nieuwe achtergracht geweest in plaats van naar de fractievergadering. Die slijperij is een oud complex van gammele en verwaarloosde panden, waarvan de oudste delen uit 1845 stammen. Het is een gebouw zonder architectonische waarde, maar een van de oudste, zo niet DE oudste stoom-aangedreven industrie in Amsterdam. Het Cuypers genootschap heeft een gemeentelijke monumentenstatus aangevraagd; de universiteit van Amsterdam wil het complex (het staat op het Roeterseiland) uiteindelijk slopen. Het zijn onhandige, bouwvallige gebouwen zonder architectonische waarde, waar we eigenlijk niks mee kunnen, is hun standpunt.
De sprekers waren de historicus Metz en de voorzitter van de Amsterdamse afdeling van het Cuypers genootschap, Looyenga. De universiteit zou ook toelichten, maar zag daar (tot grote verontwaardiging van Arnold Heertje) vanaf. Het verhaal van Metz benadrukte de plaats van de diamantindustrie in deze buurt, terwijl Looyenga vooral de vraag ‘waarom is wat een monument’ poogde te beantwoorden, en en passant een hele tour rond de plantagebuurt maakte. Beide kwalitatief goede en leuke lezingen. Vooral de opsomming van diamant-inrichtingen op en rond de nieuwe achtergracht (culminerend in de beurs op het weesperplein) overtuigde me wel van de waarde van de panden. Ik kon, op een vraag van het publiek, mededelen dat het pand in een komende commissievergadering behandeld zal worden, dat er twee positieve adviezen over zijn van het Bureau Monumenten en archeologie en van de Amsterdamse Raad voor de Monumentenzorg, en dat het dus wel waarschijnlijk is dat de panden gemeentelijk monument worden in die vergadering. Daarna volgde de vraag of dit afdoende bescherming zou bieden, en toen moest ik de vergadering weer wat minder vrolijk stemmen met het bericht dat een monument altijd van de lijst afgevoerd kan worden als de raad van mening is dat het belang van nieuwbouw groter is. De pottenbakkersgang was daar het meest stuitende voorbeeld van.
Verder een rustige en redelijke stemming. Jammer dat de UvA, die toch al niet populair is in de buurt doordat ze de Hortus om zeep proberen te helpen door de huur van de Overtuin idioot te willen verhogen, zijn mond hield (ze waren er wel), maar omdat ze eigenlijk ook nog geen plannen kunnen presenteren ook ergens wel begrijpelijk.
Ik hoop dat er een zinnige bestemming aan de panden gegeven kan worden en dat ze kunnen blijven staan…